Het kasteel van Chimay is door de eeuwen heen in handen van belangrijke families geweest en werd tot op heden verschillende keren heropgebouwd. Veranderende tijden, oorlogen en branden hebben ervoor gezorgd dat het kasteel, dat nu meer dan 1000 jaar oud is, telkens weer uit zijn as is verrezen

De families

  • I. Erlebold en zijn familie
  • II. De Chimay
  • III. De Soissons
  • IV. De Hainaut
  • V. De Blois-Chatillons
  • VI. De Croÿ
  • VII. De d’Arenberg
  • VIII. De Henin-Lietard
  • IX. De Riquet de Caraman

I. Erlebold en zijn familie

Het eerste kasteel van Chimay werd door Graaf Erlebold gebouwd aan het eind van de 9de eeuw. Hij stichtte samen met zijn vrouw een klooster in 887 in het domein (villa) van Salles, waarvan hij van de koning zelf de leiding kreeg. Erlebold en zijn familie behoorde tot de hoge Lotharingse aristocratie.

Erlebold is vooral bekend van het conflict met aartsbisschop Herve van Reims, die hem buiten de Kerk zette. Hij werd vermoord in 921 door de vijanden van Koning Karel III, de Eenvoudige, van Frankrijk tot wie hij zich in Worms wendde en zich beklaagde over het gedrag van de aartsbisschop. 

Erlebold en zijn familie namen deel aan de revolte onder leiding van Giselbert, Graaf van Lotharingen, tegen Keizer Otto I. Na het mislukken van de opstand ontnam Otto I Erlebold zijn macht en verving hem door zijn getrouwen, de Allards, die later de familie van Chimay zal gaan heten.

II. De Chimays

De Allard familie had haar hoofdverblijf in Chimay en droeg de plaatsnaam vanaf de tweede helft van de XIe eeuw. Archeologisch onderzoek wees echter uit dat de Chimay reeds vanaf ca.950 hun intrek op de site hadden genomen. De Chimay waren een belangrijke familie met een eigen kapittel, dat vanaf 994 het door de familie Erlebold gestichte klooster verving.

 

Ze schreven geschiedenis:

Niettegenstaande de geschiedschrijving waren de Chimay geen gewone heren (in de zin van leenman die een gebied in leen ontving) maar heersten ze over een uitgestrekt gebied van Chimay tot aan de Maas, waaronder Revin, Molhain, Couvin, Virelles, Pesche,… Ze beschermden abdijen of kapittels die er gevestigd waren of er gronden bezaten, ze spraken recht, en ze hadden de militaire controle over het gebied.

Volgden mekaar op:

Allard de eerste, wordt in bronmateriaal vermeld rond 1030.

Allard II, waarschijnlijk de kleinzoon van Allard de eerste, wordt meermaals vermeld rond 1100.

Allard III ook Pollière genoemd, vermeld in 1134

Gilles, vermeld van 1169 tot 1186. Hij was minderjarig toen zijn vader overleed en werd grootgebracht door  Baudouin IV, graaf van Henegouwen.

Allard IV, vermeld van  1190 tot 1218, begraven in de collegiale van Molhain

Roger, †1226, liet geen mannelijke erfgenamen na. Zijn dochter Marie trouwde rond 1222 met Jean van Soissons.

III. De Soissons

Door het huwelijk van  Marie van Chimay met Jean II de Nesle graaf van Soissons, doet een nieuwe familie haar intrede in de geschiedenis van het kasteel. Jean II krijgt de titel van heer van Chimay.

De familie van de graven van Soissons was machtig. Jean II was graaf van Soissons en van Chartres, heer van Nesle en van Falvy, hij maakt deel uit van de entourage van de Franse koning

De Soissons, die internationale uitstraling genieten, verbeteren de infrastructuren van Chimay en ontwikkelen het op commercieel vlak.

Ze schreven geschiedenis :

Jean van Soissons neemt in 1248 deel aan de zevende kruistocht in Egypte, samen met de Franse koning Saint-Louis (Louis IX). Hij was raadgever van de koning in rechtszaken waarin de Kroon besliste.

Hij laat in Chimay de kasteeltoren vergroten en bouwt in de stad de collegiale. Zijn zoon,  Jean III, graaf van  Soissons, is er begraven.

Volgden mekaar op:

Jean II graaf van Soissons (†1270),
Jean III graaf van Soissons (†1282),
Jean IV graaf van Soissons († 1289),
Jean V graaf van Soissons († 1298),
Hugues graaf van Soissons (†1307),
Zijn dochter  Marguerite trouwt met Jean van Henegouwen graaf van Beaumont in 1315

IV. De Hainauts

In 1317, trouwt Marguerite gravin van Soissons met Jean van Henegouwen, graaf van Beaumont. De familie is verwant aan de Engelse en Franse monarchiën.

Ze schreven geschiedenis :

Jean van Henegouwen is een grote ridder van zijn tijd. Hij neemt deel aan verschillende veldslagen en gebeurtenissen. In 1326, helpt hij Edward III op de Engelse troon te stappen.

In 1328, strijdt hij aan de zijde van de Franse koning tijdens de slag bij Kassel.

Hij redt de Franse koning Filips VI van Valois tijdens de slag van Crécy in 1346, maar verliest er zijn schoonzoon Lodewijk van Chatillon, graaf van Blois.

Volgden mekaar op:

Jan van Henegouwen graaf van Beaumont (1288-1356).
In 1336 trouwt zijn dochter Jeanne van Henegouwen met Lodewijk van Chatillon, graaf van Blois

V. De Blois-Chatillons

De Chatillons zijn een machtige grootgrondbezittersfamilie; de moeder van Lodewijk van Chatillon is een zus van koning Filips VI van Valois.

In 1336, trouwt Jeanne van Henegouwen met  Lodewijk van Chatillon . Ze krijgen drie zonen. Bij de dood van Louis tijdens de slag van Crécy, worden de domeinen onder de zonen verdeeld. De jongste, Guy van Blois, erft na de dood van zijn broers alle domeinen, waaronder Chimay. 

Ze schreven geschiedenis:

Guy de Blois épouse en 1374 Marie de Namur, une fille du second mari de sa mère.

Il participe aux guerres du roi Charles VI de France.

Il nomme le célèbre chroniqueur Jean Froissart chanoine du chapitre de Sainte Monégonde à la collégiale de Chimay. Ceci permet à Froissart d’écrire la seconde partie de ses chroniques. Panier percé, il dilapide une grande partie de sa fortune et se voit contraint de céder les terres et la ville de Chimay à son beau frère, Jean de Namur en 1397.

Volgden mekaar op:

Lodewijk van Blois-Chatillon († 1372)

Guy van Blois-Chatillon († 1372)

In 1412, bij de dood van zijn vrouw Marie van Namen, werd het leengoed opgeëist door de graaf van Henegouwen en door Thibaut Moreuil. Deze laatste verkreeg het in 1434 , en verkocht het aan Jan van  Croÿ 

VI. De Croÿs

De Croÿ familie was van Filips de Schone tot Karel de Grote een van de machtigste uit deze periode. Verschillende familieleden werden tot ridder van het Gulden Vlies geslagen.

Ze schreven geschiedenis: Jan van Croÿ II

Jan van Croÿ II was een ambassadeur in dienst van de hertogen van Bourgondië en een van de 25 grondleggers en ridders van de orde van het Gulden Vlies in januari 1430 bij Filips de Goede. Hij werd vervolgens gouverneur van Luxemburg en baljuw van Henegouwen.

Hij viel uit de gratie en de legende van de graaf met de laarzen – zijn bijnaam – stelt hem voor gedurende zeven jaar opgesloten in een grot onder het kasteel van Couvin.

Na zijn ballingschap werd Chimay door Karel de Stoute tot graafschap verheven. Korte tijd nadien overleed hij. 

Hij werd begraven in de collegiale van Chimay.

Karel I van Croÿ :

Na de dood van Karel de Stoiute ontstaat een burgeroorlog en Karel van Croÿ kiest partij voor Maximiliaan van Oostenrijk.

Hij wordt hiervoor beloond: Maximiliaan maakt bij charter in 1486 van Chimay een prinsbisdom. In 1500 wordt Karel de peter van de toekomstige Karel de Grote. 

Hij werd begraven in de collegiale van Chimay. Zijn marmemeren mausoleum staat er nog steeds. 

Karel III van Croÿ:

Zoals zijn voorgangers vervulde hij hoge miltaire en diplomatieke functies.

Hij staat vooral bekend omwille van zijn Albums van Croÿ, een als atlas opgevatte verzameling gouaches die de hertogelijke landgoederen van de Spaanse Nederlanden afbeelden rond 1600.

Hij was ook een fervent verzamelaar van boeken, schilderijen en kunstvoorwerpen.

Hij verbouwde het kasteel van Chimay volledig en maakte er een prachtig paleis met tuinen van.

Volgden mekaar op:

Jean van Croÿ, ‘met de laarzen’ (1380 – 1473), Filips I van Croÿ (1434-1482),

Karel I van Croÿ (1455 – 1527),

Zijn dochter Anne trouwde in 1520 met haar neef Filips I van Croÿ .

Filips II van Croÿ (1549)

Karel II van Croÿ (1522 – 1551)

Filips III van Croÿ (1526 – 1595)

Karel III van Croÿ (1560 – 1612) ,

Bij gebrek aan erfgnamen zou zijn zus Anne van Croÿ al zijn bezittingen erven.

Voor zijn dood maakte hij echter zijn neef Alexander van Arenberg erfgenaam van het prinsbisdom.

VII. De Arenbergs

Anne van Croÿ was de echtgenote van prins Karel van Arenberg. Hun zoon Alexander van Arenberg erfde het domein van Chimay.

Zijn nazaten waren weinig betrokken bij Chimay, deels omdat deze tak van de Arenbergfamilie grote schulden had en het kasteel vanaf 1654 verzegeld werd  tot de volledige aanzuivering van de schuldenberg in 1783. Meer dan honderd jaar dus.

Alexander en zijn zoon Albert maakten van Chimay hun laatste verblijf door er zich te laten begraven. 

Volgden mekaar op:

Charles de Ligne, prins van  Arenberg, echtgenoot van Anne-Isabelle de Croÿ (1564 – 1635)

Alexandre-Albert van Arenberg (1590 – 1629),

Albert van Arenberg, prins van Chimay (1618 –1643)

Philippe van Arenberg, prins van Chimay (1619 –1675), son frère

Ernest-Dominique van Arenberg (1643 – 1686) Na zijn dood erft zijn neef Philippe-Louis van Henin-Lietard Chimay…

VIII. De Hénin-LiétardS

De familie Hénin-Lietard verbleef niet in  Chimay omdat het kasteel op het einde van de 17e eeuw door de oorlogen en de branden verwoest was geweest.

Philippe-Louis stierf in 1688, twee jaar nadat hij het domein had geërfd. Zijn zoon Charles-Louis-Antoine werd de nieuwe eigenaar.

Ze schreven geschiedenis :

Charles-Louis Antoine van Henin-Lietard was ridder in de orde van het Gulden Vlies en lieutenant generaal van de legers van de Franse koning.

Hij wou het domein van Chimay uitbreiden door de gehuchten Fumay en Revin in te palmen. Als vergelding ontnam de keizer Chimay de titel van prinsbisdom van het heilig roomse rijk. Het bewaarde enkel de titel van prinsbisdom van de lage landen.

Zijn tweede vrouw,  Anne-Charlotte van Rouvroy was de dochter van de bekende schrijver de hertog van Saint-Simon, de auteur van de Memoires van Saint-Simon,.

Zijn broer Thomas Philippe werd aartsbisschop van Mechelen en later kardinaal. 

Volgden mekaar op:

Philippe-Louis d’Alsace-Henin-Liétard (†1688), Charles-Louis Antoine d’Alsace-Henin-Liétard (1674 – 1740),

Alexandre Gabriel Joseph de Hénin-Liétard (1681 – 1745)

Thomas-Alexandre Marc-Henri de Hénin-Liétard (1732 – 1759)

Thomas-Alexandre Marc-Maurice de Hénin-Liétard (1759 – 1761)

Philippe-Gabriel Maurice d’Alsace-Henin-Liétard (1736 – 1804),

À son décès, la maison des Princes de Chimay passe à ses neveux, enfants de Marie-Anne Gabrielle-Josèphe-Xavier de Hénin-Liétard et de Victor-Maurice de Riquet de Caraman.

IX. Les Riquet de Caraman

La famille des Riquet de Caraman, célèbre par Pierre-Paul Riquet, ingénieur constructeur du Canal du Midi, reprend Chimay. Son petit-neveu, François Joseph Philippe de Riquet, hérite de Chimay. Toujours actifs à de hautes fonctions d’état ou diplomatiques, les différents successeurs firent également rayonner Chimay en y développant des activités économiques, en reconstruisant le château et en déployant une incomparable activité musicale locale et internationale.

Ils ont fait l’histoire :

François-Joseph fut membre de plusieurs assemblées en France et aux Pays-Bas mais, restera surtout connu par son épouse, Thérésa de Cabarrus, alias madame Tallien. Issue d’une famille de la finance Espagnole, cette femme très intelligente et très belle, développa des activités politiques et culturelle et tint différents salons littéraires.

Pendant la révolution française, elle soutenait activement les idées de la Convention. Durant la Terreur, elle fut emprisonnée plusieurs fois mais séduisit le révolutionnaire Tallien. Elle l’épousa et le fit rallier à une voie plus indulgente. Elle sauva de la mort plusieurs centaines de prisonniers voués à l’échafaud et conduit Tallien à se positionner contre Robespierre et la Terreur le 9 Thermidor.

Sous l’Empire elle épousa le Prince de Chimay. Au château de Chimay elle fit construire un théâtre dans la cour et développa les activités musicales en recevant de grands compositeurs et artistes tels Auber, Cherubini, Malibran…

Elle et son mari sont enterrés dans la collégiale de Chimay.

Le Grand Prince :

Joseph, dit le grand Prince, fut membre de la chambre des représentants, ministre des affaires étrangères, bourgmestre de Chimay.

Il fit développer de nombreuses infrastructures à Chimay et donna des terres pour fonder la fameuse abbaye trappiste de Scourmont, réputée pour sa bière dans le monde entier.

On lui doit, avec son épouse Émilie Pellapra, la construction du théâtre actuel du château.

La passion renouvelée

Reprenant la passion familiale développée sur plusieurs générations, et insistant sur son encrage à Chimay, le Prince Elie et la Princesse Elisabeth de Chimay ont créé le Festival de Chimay. Ce festival accueillit des formations musicales dans le théâtre du château pendant près de vingt-cinq ans.

La Princesse Elisabeth de Chimay a préservé les archives familiales et a ouvert les portes du château aux visiteurs passionnés d’Histoire.

Le Prince Philippe et la Princesse Françoise de Chimay, actuels propriétaires du château, comme tous leurs prédécesseurs dont le cœur fut ancré à Chimay, redonnent à leur tour vie et prestige au château en le rénovant et y développant des activités culturelles de portée internationale.

Volgden mekaar op:

François-Joseph Philippe de Riquet (1771 – 1843) Joseph Philippe de Riquet (1808 – 1886)

Marie Joseph Guy Henry Philippe de Riquet (1836 – 1892)

Marie Joseph Anatole Elie (1858 – 1937)

Joseph Marie Alexandre Pierre Ghislain (1921 –1990) (renonça au titre)

Elie Marie Charles Pierre Paul (1924 – 1980) Philippe Joseph Marie Jean (1948)